Algemene informatie, geen persoonlijk financieel advies. Beleggen brengt risico mee: de waarde kan dalen en u kunt minder terugkrijgen dan u hebt ingelegd.

Gidsen

Beleggingskosten: hoe ze werken en wat ze op termijn kosten

Beleggingskosten zijn meestal een percentage van uw vermogen dat elk jaar wordt ingehouden, of uw beleggingen nu stijgen of dalen. U betaalt doorgaans twee of drie lagen: servicekosten aan de bank, broker of vermogensbeheerder, lopende kosten van de fondsen die u bezit en transactiekosten. Omdat kosten zich over de jaren opstapelen, kan één procentpunt verschil over enkele decennia veel geld kosten. Het rekenvoorbeeld hieronder zet jaarlijkse kosten van 0,5%, 1%, 1,5% en 2% naast elkaar. 1% kost daar over 30 jaar zelfs meer dan de oorspronkelijke inleg.

Deze gids behandelt elke kostensoort apart, laat in een uitgewerkte tabel zien wat kosten op lange termijn in geld betekenen en geeft een vaste werkwijze om de totale kosten van een belegging te vinden in het essentiële-informatiedocument en het kostenoverzicht. Alle groeicijfers zijn illustraties van de rekensom, geen voorspellingen.

Welke kosten betaalt u als u belegt?

Wie belegt, betaalt meestal servicekosten aan de bank, broker of vermogensbeheerder, lopende kosten aan de fondsen in de portefeuille en transactiekosten bij elke aan- of verkoop. Soms komen daar advieskosten, kosten voor opheffen of overboeken en valutakosten bij. Elke post is op zich klein. Het totaal bepaalt wat u werkelijk inlevert.

Niet iedereen betaalt al deze kosten. Bij vermogensbeheer zit het werk van de beheerder in de servicekosten, dus u betaalt geen aparte adviseur. De lopende kosten van de fondsen daaronder betaalt u wel. De AFM deelt beleggingskosten in dezelfde twee groepen in: kosten van de dienstverlening en kosten van het product zelf.

Veelvoorkomende beleggingskosten en hoe ze worden berekend
KostenWie rekent zeHoe ze meestal worden berekendWaar u ze vindt
Servicekosten (beheer, bewaarloon)De bank, broker of vermogensbeheerderPercentage van uw vermogen per jaar, soms een vast bedragTarievenoverzicht, kostenoverzicht vooraf en jaarlijks kostenoverzicht
Lopende kosten van fondsenElk fonds of elke ETF die u bezitPercentage per jaar, in het fonds verrekendEssentiële-informatiedocument (Eid) van het fonds
TransactiekostenDe bank of broker, en het fonds zelfOrderkosten en de spread bij aan- en verkoop. Binnen fondsen ook handelskostenTarievenoverzicht en kostenoverzicht. Voor fondsen het Eid
AdvieskostenEen adviseur, als u er een inschakeltVast bedrag, uurtarief of percentage, eenmalig of jaarlijksOpdrachtbevestiging of kostenafspraak met de adviseur
Kosten voor opheffen of overboekenSommige banken en brokersVast bedrag bij vertrek of bij het overboeken van effectenTarievenoverzicht en voorwaarden
ValutakostenDe bank, de broker of het fondsPercentage bij aan- of verkoop in een andere valutaTarievenoverzicht

Wat is het verschil tussen servicekosten en lopende kosten?

Servicekosten zijn wat de bank, broker of vermogensbeheerder rekent voor de rekening en de dienst. Lopende kosten zijn wat een fonds jaarlijks rekent voor zijn eigen beheer. Servicekosten worden van uw rekening afgeschreven. Lopende kosten worden in de koers van het fonds verrekend. U betaalt beide, dus tel ze bij elkaar op.

Hier ontstaat vaak verwarring. Een partij noemt servicekosten van 0,45% per jaar, en dat klopt. Maar rekenen de fondsen in uw portefeuille nog eens 0,20%, dan zijn uw werkelijke jaarlijkse kosten 0,65%. De lopende kosten ziet u niet als regel op uw afschrift, omdat ze al in de koers van het fonds zitten.

Waar Engelstalige stukken OCF of TER noemen, gebruiken Nederlandse fondsdocumenten de term lopende kosten. Het essentiële-informatiedocument toont alle kosten van het product, als bedrag en als percentage. De servicekosten van uw bank, broker of beheerder staan daar niet in. Die vindt u in hun eigen tarieven en kostenoverzicht.

Hoeveel kosten beleggingskosten over 10, 20 en 30 jaar?

Over lange perioden kosten beleggingskosten veel meer dan het jaarpercentage doet vermoeden, omdat geld dat aan kosten opgaat niet meer meegroeit. In ons rekenvoorbeeld eindigt €10.000 met 5% rendement per jaar vóór kosten na 30 jaar ongeveer €10.800 lager met jaarlijkse kosten van 1% dan zonder kosten.

De tabel is zo berekend: een startbedrag van €10.000, een constant rendement van 5% per jaar vóór kosten, en de totale jaarlijkse kosten rechtstreeks van dat rendement afgetrokken. Bij 1% kosten groeit het vermogen dus met 4% per jaar. Echte rendementen zijn nooit zo gelijkmatig en 5% is geen voorspelling. Het gaat om het verschil tussen de rijen.

Aan kosten kwijt na 30 jaar op €10.000Illustratie bij een verondersteld rendement van 5% per jaar vóór kosten.
0,5% per jaar0,5% per jaar: €5,766€5,7661,0% per jaar1,0% per jaar: €10,785€10,7851,5% per jaar1,5% per jaar: €15,151€15,1512,0% per jaar2,0% per jaar: €18,947€18,947

Wat laat de tabel zien?

Kijk naar de kolom na 30 jaar. Betaalt u 2% per jaar in plaats van 0,5%, dan houdt u ongeveer €13.000 minder over: meer dan de €10.000 waarmee u begon. Het verschil groeit elk jaar, want elk bedrag dat aan kosten opgaat, mist ook al zijn toekomstige rendement.

Hetzelfde gebeurt bij periodiek beleggen. Leg 25 jaar lang €200 per maand in (€60.000 in totaal). Bij 5% groei per jaar na kosten houdt u ongeveer €119.100 over, bij 4% na kosten ongeveer €102.800. Dat ene procentpunt kost dus ongeveer €16.300. Ook dit is een illustratie, gerekend met maandelijkse inleg en bijschrijving, geen voorspelling.

Alleen ter illustratie: €10.000 belegd, 5% groei per jaar vóór kosten, geen extra inleg
Totale jaarlijkse kostenNa 10 jaarNa 20 jaarNa 30 jaarAan kosten kwijt na 30 jaar*
0% (ter vergelijking)€16.289€26.533€43.219€0
0,5%€15.530€24.117€37.453€5.766
1,0%€14.802€21.911€32.434€10.785
1,5%€14.106€19.898€28.068€15.151
2,0%€13.439€18.061€24.273€18.947

*Vergeleken met de rij van 0%. Bedragen afgerond op hele eenheden. Dit is een illustratie van het effect van kosten bij rente-op-rente, geen voorspelling. Rendementen verschillen per jaar en kunnen negatief zijn. U kunt minder terugkrijgen dan u inlegt.

Is een percentage of een vast bedrag per jaar goedkoper?

Een percentage is meestal goedkoper bij een klein vermogen en een vast bedrag bij een groot vermogen. Om te vergelijken rekent u uit bij welk vermogen beide even duur zijn: deel het vaste bedrag door het percentage. Onder dat omslagpunt is het percentage goedkoper, erboven wint het vaste bedrag.

Een illustratieve vergelijking. Partij A rekent 0,45% per jaar, partij B een vast bedrag van €120 per jaar. Deel €120 door 0,0045 en u komt uit op ongeveer €26.700. Hebt u minder belegd, dan is A goedkoper. Hebt u meer, dan B.

Controleer twee dingen voordat u op basis van die som overstapt. Kijk eerst naar kosten die maar bij één van beide voorkomen, zoals orderkosten per transactie of kosten voor het overboeken van uw effecten. Kijk daarna of een van beide het percentage begrenst of verlaagt bij een groter vermogen. Dat verschuift het omslagpunt.

Hoe vindt u de totale kosten van een belegging?

De totale kosten vindt u in twee documenten. Een beleggingsonderneming moet u vóór de dienstverlening een overzicht geven van alle verwachte kosten, als bedrag en als percentage, en daarna minstens jaarlijks wat u werkelijk hebt betaald. De productkosten van elk fonds staan in het essentiële-informatiedocument. Tel daarnaast de eenmalige kosten mee.

  1. Vraag het kostenoverzicht vooraf op

    Een beleggingsonderneming moet u voordat zij diensten verleent een totaaloverzicht geven van de verwachte kosten van de dienst en van de producten, als bedrag en als percentage, met een illustratie van het effect op uw rendement. Een algemene tarievenlijst is niet hetzelfde. Krijgt u dit overzicht niet, vraag er dan om. Blijft het uit, beschouw dat dan als waarschuwingssignaal.

  2. Tel de jaarlijkse lagen op

    Servicekosten, plus lopende kosten van de fondsen, plus transactiekosten. Dat totaal is het getal waarmee u verschillende partijen vergelijkt. Een laag tarief op één regel zegt weinig als een andere regel hoog is.

  3. Reken het om naar geld

    Vermenigvuldig het totaal met het bedrag dat u wilt beleggen. Een totaal van 0,9% over €15.000 is €135 per jaar bij dat vermogen. Een bedrag zegt meer dan een percentage, en met het jaarlijkse kostenoverzicht kunt u later nagaan of het klopte.

  4. Controleer de eenmalige kosten

    Lees in de voorwaarden en het tarievenoverzicht wat opheffen, het overboeken van effecten, een minimumtarief per jaar en het wisselen van risicoprofiel kosten. Die posten tellen mee als u later wilt overstappen.

  5. Weeg de kosten af tegen wat u krijgt

    De AFM benadrukt dat kosten op zichzelf niet alles zeggen: bekijk ze altijd in verhouding tot het risico en het mogelijke rendement van de belegging. Vraag waarvoor elke kostenpost dient. Een zorgvuldige partij kan dat in gewone woorden uitleggen.

Is de goedkoopste belegging altijd de juiste keuze?

Nee. Kosten zijn een van de weinige dingen die u zelf in de hand hebt, dus ze verdienen aandacht, maar de goedkoopste optie is niet vanzelf de juiste. Iets hogere kosten kunnen te verdedigen zijn als u er iets voor krijgt dat u echt gebruikt, zoals herbalanceren, een geschiktheidstoets of een opzet waaraan u zich houdt.

De verborgen kosten van een goedkope eigen portefeuille kunnen in uw eigen gedrag zitten. Verkoopt u in paniek tijdens een daling, of blijft geld jarenlang liggen omdat u niet kunt kiezen, dan kan dat meer kosten dan het tarief dat u bespaart. Omgekeerd: koopt u één breed gespreid indexfonds en laat u dat twintig jaar staan, dan betaalt u bij beheer voor werk dat u niet nodig hebt.

Een bruikbare toets: noem bij elke kostenpost waarvoor die dient en vraag u af of u daar los voor zou betalen. Is het antwoord nee, zoek dan een eenvoudiger of goedkopere opzet.

Hoe weegt u de kosten bij uw eigen keuze?

Beoordeel de kosten van elk concreet aanbod met dezelfde vier stappen: alle lagen optellen, het totaal omrekenen naar een bedrag voor uw inleg, de eenmalige kosten nagaan en afwegen wat u ervoor terugkrijgt. Dezelfde werkwijze ligt onder de rekenvoorbeelden op Steun Rekenvardsel. Of een tarief redelijk is, hangt af van de dienst die u werkelijk nodig hebt.

Op de pagina kosten van sparen en beleggen staat een uitgewerkt voorbeeld met dezelfde rekensom, en in hoe het werkt leest u welke controles u in welke volgorde kunt doen voordat u een financieel product kiest. Vraag bij elk aanbod het kostenoverzicht vooraf op en leg het naast dat van minstens één andere partij voordat u iets tekent.